“Wees gewoon jezelf!”
Alsof er ergens een authentiek zelf klaarstaat dat alleen nog maar gekozen hoeft te worden.
Bij mensen met vroegkinderlijk trauma werkt dit fundamenteel anders. Jezelf zijn is dan geen kwestie van doen of durven. Er is sprake van een verstoorde ontwikkeling van de basisstructuren die nodig zijn om überhaupt een zelf te kunnen ervaren.
Een kind ontwikkelt zichzelf niet in isolatie. Het leert zichzelf ervaren via een veilige relatie, waarin de ander als een spiegel fungeert. In die interactie leert het stap voor stap dat wat het voelt van hem is, en dat de wereld daarop kan reageren zonder gevaar.
Wanneer die veilige relatie structureel ontbreekt, wordt die ontwikkeling onderbroken. Het gevolg is niet dat er “geen zelf” is, maar dat het contact tussen gevoel, lichaam en buitenwereld onvoldoende is opgebouwd.
Wat zich dan ontwikkelt, is een overlevingssysteem dat in plaats van “het zelf” de regie overneemt. Dit systeem is geen fout, maar een loyale beschermer die is ontstaan om je psychische integriteit te bewaken. De tragiek is echter dat deze innerlijke beschermer geen onderscheid kent tussen dreiging en groei. Wat ooit diende om de psychische kern te behoeden voor totale vernietiging, verandert in de loop der tijd in een tirannieke machthebber.

Het systeem houdt de deuren op slot, ook als de omgeving allang veilig is. De noodzakelijke isolatie van toen, wordt de verstikkende eenzaamheid van nu. De beschermer is een cipier geworden die elke spontane impuls in de kiem smoort, waardoor het leven niet geleefd kan worden, maar slechts verduurd.
Van buitenaf lijkt dit op:
- blokkades
- zelf-sabotage
- moeite met expressie
- angst voor zichtbaarheid
Van binnenuit is het een logisch en coherent systeem dat één doel dient: bescherming van iets wat te kwetsbaar was om in de wereld te verschijnen. Het is ook een hardnekkig, autonoom mechanisme dat keer op keer de wacht optrekt zodra je een stap naar buiten (of naar binnen) zet.
Daarom is het problematisch om in deze context te spreken over “jezelf zijn” of “jezelf worden” zonder te kijken naar wat daaraan voorafgaat. Herstel vraagt om een ander startpunt dan moed. Het vraagt om het heroveren van de innerlijke ruimte die nu bezet wordt door het verdedigingsmechanisme.
Dat begint bij het bouwen van een eigen, veilige innerlijke structuur. Een innerlijk met het vermogen om wat je vanbinnen ervaart ook daadwerkelijk te kunnen voelen, verdragen en verbinden met de werkelijkheid. Pas wanneer die verbinding er is, is er weer een zelf dat iets te kiezen heeft. Dan is ‘zijn’ geen risico meer, maar een mogelijkheid.

